ECLI:NL:RVS:2023:2072
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzageverzoek medische gegevens overleden militair en bestuursrechtelijke kwalificatie
Appellant verzocht op 13 augustus 2020 om inzage in de medische gegevens van zijn overleden broer, die PTSS had opgelopen tijdens militaire dienst en later zelfmoord pleegde. De staatssecretaris van Defensie wees dit verzoek bij brief van 22 oktober 2020 af, waarna appellant bezwaar maakte dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, omdat het verzoek privaatrechtelijk van aard was en onder artikel 7:458a BW viel.
In hoger beroep betoogde appellant dat de brief wel een besluit was en dat de toepasselijke regelgeving niet correct was toegepast, mede gezien de bijzondere positie van militairen. De Afdeling oordeelt dat er geen publiekrechtelijke grondslag is voor het inzageverzoek van nabestaanden van overleden militairen en dat de brief daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is. Ook is het motiveringsbeginsel niet geschonden en is de dwangsom terecht niet toegewezen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De vraag welke privaatrechtelijke regeling van toepassing is, wordt aan de civiele rechter overgelaten. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het inzageverzoek is geen besluit in de zin van de Awb.