ECLI:NL:RVS:2023:2077
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit op grond van woonbestemming bij hobbymatig autorestauratie
Het college van burgemeester en wethouders van Someren legde [appellant] een last onder dwangsom op om binnen zes weken te stoppen met het opknappen van personenauto’s op zijn woonperceel, omdat dit volgens het college strijdig zou zijn met de woonbestemming van het bestemmingsplan "Lierop". [Appellant] voerde aan dat zijn werkzaamheden hobbymatig zijn en passen binnen de woonbestemming, zonder overlast voor omwonenden. De rechtbank oordeelde echter dat sprake was van een overtreding en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de activiteiten niet verenigbaar zijn met de woonbestemming. Uit het controlerapport blijkt dat de werkzaamheden binnen plaatsvinden en geen geluidsoverlast veroorzaken. Het college heeft dit niet concreet onderbouwd. Daarom is onvoldoende bewijs voor een overtreding.
Daarnaast oordeelt de Afdeling dat het besluit van 2 juli 2019 waarin de last deels werd aangepast, een herroeping van het primaire besluit inhoudt, zodat het college proceskosten in de bezwaarfase had moeten vergoeden. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 2 juli 2019, herroept het primaire besluit van 27 november 2018 en wijst het handhavingsverzoek af. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Over het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zal in een aparte procedure worden beslist.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit wordt vernietigd, het verzoek om handhaving afgewezen en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.