ECLI:NL:RVS:2023:2155
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 6 januari 2023 het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens hem verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 2 februari 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de Italiaanse 'circular letter' slechts een tijdelijk overdrachtsbeletsel vormde en dat Italië nog steeds de verantwoordelijke lidstaat was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog echter dat uit eerdere uitspraken en berichtgeving bleek dat Italië geen opvangfaciliteiten beschikbaar heeft voor Dublinclaimanten, wat leidt tot een reëel risico op ernstige materiële deprivatie.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet voldoende had gemotiveerd dat Italië nog aan zijn internationale verplichtingen zou voldoen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarom niet van toepassing was. Hierdoor was het besluit van 6 januari 2023 onrechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.