ECLI:NL:RVS:2023:2158
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel wegens onrechtmatigheid overdracht aan Italië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 19 december 2022 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 februari 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de overdracht aan Italië op grond van het Dublin-verdrag rechtmatig was, gelet op een circulaire van de Italiaanse autoriteiten en de situatie van opvang voor Dublinclaimanten in Italië.
De Raad van State oordeelde dat er een reëel risico bestaat dat vreemdelingen bij overdracht aan Italië in een toestand van ernstige materiële deprivatie terechtkomen, waardoor zij niet kunnen voorzien in basisbehoeften zoals onderdak, voedsel en water. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd dat Italië nog aan zijn internationale verplichtingen voldoet. Daarom mocht hij niet uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en was het besluit onrechtmatig.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 19 december 2022, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €2.511,00.
Uitkomst: Het besluit van 19 december 2022 om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen is vernietigd wegens onrechtmatigheid.