ECLI:NL:RVS:2023:2209
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel ontvangen huurtoeslag ondanks financiële omstandigheden
Appellante ontving in 2017 voorschotten huurtoeslag die later door de Belastingdienst/Toeslagen werden teruggevorderd wegens een te hoog gezamenlijk toetsingsinkomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de terugvordering ongegrond, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die matiging rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar financiële situatie in 2017 slecht was en dat er aangrijpende familieomstandigheden waren, waaronder een IOAW-uitkering en gezondheidsproblemen van haar dochter. Zij voerde aan dat deze omstandigheden aanleiding zouden moeten zijn om de terugvordering te matigen.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde echter dat het beleid van het Verzamelbesluit Toeslagen bepaalt dat afwijkingen tussen het geschatte en het werkelijke toetsingsinkomen geen bijzondere omstandigheden vormen. Daarnaast was niet gebleken dat de financiële situatie van appellante de terugbetaling verhindert. De Belastingdienst bood een betalingsregeling aan, waarbij rekening is gehouden met de betalingscapaciteit van appellante.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De terugvordering van het volledige bedrag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De terugvordering van €3.923 aan teveel ontvangen huurtoeslag wordt bevestigd zonder matiging.