ECLI:NL:RVS:2023:2224

Raad van State

Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
202302166/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 29 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag na intrekking besluit

De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de staatssecretaris het oorspronkelijke besluit ingetrokken en aangegeven de aanvraag alsnog te zullen behandelen, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling door het intrekken van het besluit en het alsnog in behandeling nemen van haar aanvraag heeft bereikt wat zij met het hoger beroep beoogde. Hierdoor ontbreekt een voldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling.

Verder wordt bevestigd dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden in situaties waarin het besluit wordt ingetrokken vanwege tijdsverloop. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beoogde resultaat is bereikt door intrekking van het besluit en het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag.

Uitspraak

202302166/1/V1.
Datum uitspraak: 8 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2023 in zaak nr. NL23.614 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 27 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Jankie, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       Bij brief van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris aan de Afdeling laten weten dat hij zijn besluit van 5 januari 2023 heeft ingetrokken en dat hij de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale asielprocedure zal behandelen, omdat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De vreemdeling heeft namelijk onvoldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat zij heeft bereikt wat zij met haar hoger beroep beoogt doordat de staatssecretaris haar asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen.
3.       Uit de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2, volgt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden wanneer hij, zoals in dit geval, als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling neemt.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2023
941