ECLI:NL:RVS:2023:2224
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag na intrekking besluit
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de staatssecretaris het oorspronkelijke besluit ingetrokken en aangegeven de aanvraag alsnog te zullen behandelen, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling door het intrekken van het besluit en het alsnog in behandeling nemen van haar aanvraag heeft bereikt wat zij met het hoger beroep beoogde. Hierdoor ontbreekt een voldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling.
Verder wordt bevestigd dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden in situaties waarin het besluit wordt ingetrokken vanwege tijdsverloop. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beoogde resultaat is bereikt door intrekking van het besluit en het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag.