ECLI:NL:RVS:2023:224
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en bewaring vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 24 oktober 2022 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling en stelde hem in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 7 december 2022 de beroepen ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering.
Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.