ECLI:NL:RVS:2023:2254
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 8 december 2022 de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling, omdat volgens hem Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 31 januari 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de ‘circular letter’ van de Italiaanse autoriteiten slechts een tijdelijk overdrachtsbeletsel vormde en dat Italië nog steeds verantwoordelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat uit recente uitspraken en berichtgeving bleek dat Italië geen opvangfaciliteiten beschikbaar heeft voor Dublinclaimanten, waardoor er een reëel risico bestaat op ernstige materiële deprivatie.
De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd dat Italië aan zijn internationale verplichtingen zou voldoen, waardoor het vertrouwen in Italië als verantwoordelijke lidstaat niet gerechtvaardigd was. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen onrechtmatig is en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.