ECLI:NL:RVS:2023:2259
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot behandeling hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 7 maart 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet is toegestaan. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken indien sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet aan de orde is.
Daarom verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier T.W.A. Weber, op 12 juni 2023.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.