ECLI:NL:RVS:2023:2266
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 29 december 2022 het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens hem verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank op 24 februari 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de Italiaanse 'circular letter' slechts een tijdelijk overdrachtsbeletsel vormde en dat Italië nog steeds de verantwoordelijke lidstaat was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat op basis van recente uitspraken en berichtgeving van Italiaanse autoriteiten blijkt dat er geen opvangfaciliteiten beschikbaar zijn voor Dublinclaimanten in Italië, wat leidt tot een reëel risico op ernstige materiële deprivatie.
De staatssecretaris slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen en mocht daarom niet langer uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hierdoor was het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen onrechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.