ECLI:NL:RVS:2023:2277
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing bewaring vreemdeling wegens niet tijdige advocaatmelding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 24 januari 2023 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de opheffing van de bewaring, daarbij ook een schadevergoeding toe te kennen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht door de rechtbank werd verweten dat in de piketmeldingen niet duidelijk was gemaakt dat de vreemdeling een advocaat wenste bij het gehoor voor inbewaringstelling. Ook in de door de staatssecretaris overgelegde e-mail aan de piketdienst werd dit niet duidelijk gemaakt.
Het hoger beroep leidde niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bevestigde de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, waardoor verdere motivering achterwege bleef.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.