ECLI:NL:RVS:2023:2316
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor ponton met opbouw zonder vergunning in strijd met bestemmingsplan
Op 3 oktober 2019 constateerde een toezichthouder dat een ponton met daarop een opbouw zonder vereiste omgevingsvergunning was gebouwd en afgemeerd lag nabij een perceel te Warten, in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied 2008". Het college van burgemeester en wethouders legde daarop op 20 april 2020 een last onder dwangsom op om de ponton te verwijderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze last ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de ponton met opbouw als bouwwerk moet worden aangemerkt en daarmee vergunningplichtig is, dan wel als schip dat bestemd is voor de vaart. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de ponton, mede vanwege de vaste verbinding met de waterbodem via spitpalen en het feit dat de opbouw is ingericht als recreatiewoning met voorzieningen voor langdurig verblijf, als bouwwerk moet worden beschouwd. De mogelijkheid tot verplaatsing met een duwer doet hieraan niet af.
Daarnaast is vastgesteld dat de ponton met opbouw in strijd is met het bestemmingsplan, dat de bestemming "Water" kent zonder aanduiding voor ligoever permanent of recreatief woonschip. Het overgangsrecht is niet van toepassing omdat de ponton na inwerkingtreding van het bestemmingsplan is geplaatst en het gebruik afwijkt van het eerdere gebruik als aanmeerplaats voor schepen. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.