ECLI:NL:RVS:2023:2326
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijschrijving enkelloops kogelgeweer wegens ontbreken redelijk belang
De appellant verzocht om bijschrijving van een enkelloops kogelgeweer met kaliber .338 (8,58 mm) op zijn wapenverlof, met als doel het beoefenen van de schietsportdiscipline Groot kaliber geweer (GKG) in Nederland en Europa. De korpschef van politie wees dit verzoek af omdat het wapen buiten de kaders van de erkende Nederlandse schietsportdisciplines valt en appellant geen redelijk belang kon aantonen volgens artikel 28 van Pro de Wet wapens en munitie (Wwm).
De minister bevestigde dit besluit en verwees naar de Circulaire wapens en munitie 2019, waarin is vastgelegd dat alleen wapens die binnen de erkende schietsportdisciplines vallen, in aanmerking komen voor een wapenverlof. Het wapen van appellant valt niet binnen de toegestane kalibers voor de discipline Groot kaliber geweer, waardoor het redelijk belang ontbreekt. Appellant voerde aan dat hij lid is van een Franse schietvereniging waar dit kaliber wel gebruikelijk is, maar dit werd niet als redelijk belang binnen Nederland erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk en wees het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het beleid onredelijk is, dat de minister onbehoorlijk bestuur pleegde door nieuw beleid toe te passen, en dat er sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid tussen Nederlandse en buitenlandse sportschutters. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht het beleid van de Cwm 2019 toepaste, dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stellingen, en dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor bijschrijving van het .338 kaliber wapen bevestigd.