ECLI:NL:RVS:2024:3947
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijschrijving enkelloops hagelgeweer op wapenverlof wegens ontbreken redelijk belang
Appellant, houder van een wapenverlof sinds 1993 en lid van diverse schietsportverenigingen, verzocht om bijschrijving van een enkelloops hagelgeweer voor de schietsportdiscipline IPSC Shotgun. De korpschef en minister wezen dit af omdat deze discipline niet in bijlage C8 van de Circulaire wapens en munitie 2019 (Cwm 2019) is opgenomen, waardoor geen redelijk belang voor het wapenverlof bestaat.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het overgangsrecht van de Cwm 2019 niet leidt tot bijschrijving van het wapen. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister meer onderzoek had moeten doen, hem had moeten attenderen op andere disciplines en had moeten afwijken van de beleidsregels op grond van bijzondere omstandigheden. Deze bezwaren werden verworpen omdat de beleidsregels dwingendrechtelijk zijn en de minister beoordelingsruimte heeft.
Verder oordeelde de Afdeling dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden omdat de vergelijkbare gevallen betrekking hadden op een andere discipline en dat de overgangsmaatregelen niet leiden tot een recht op bijschrijving. Tot slot kende de Afdeling appellant een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursprocedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijschrijving van het wapen op het wapenverlof bevestigd.