Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2023:239

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2023
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
202300220/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:86 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State tot herziening voorlopige voorziening

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om herziening van een uitspraak van 6 januari 2023 betreffende een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat herziening slechts mogelijk is voor onherroepelijke uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 en artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Omdat de aangevochten uitspraak een voorlopige voorziening betrof, die niet kwalificeert als een onherroepelijke uitspraak in de zin van de Awb, stelde de Afdeling zich onbevoegd om het verzoek tot herziening te behandelen. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie waarin een vergelijkbare situatie aan de orde was.

De Afdeling besloot daarom het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk te verklaren en de staatssecretaris geen proceskosten toe te kennen. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij mr. H.G. Sevenster als lid en mr. J. van de Kolk als griffier aanwezig waren.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot herziening van de voorlopige voorziening.

Uitspraak

202300220/1/V3.
Datum uitspraak: 23 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 6 januari 2023, in zaak nr. 202300074/3/V3.
Procesverloop
Bij brief van 9 januari 2023 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 6 januari 2023 in zaak nr. 202300074/3/V3.
Overwegingen
1.       De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb).
1.1.    In haar uitspraak van 27 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AT8975, heeft de Afdeling overwogen dat alleen uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van Pro de Awb onherroepelijke uitspraken zijn die voor herziening in aanmerking komen. De staatssecretaris vraagt om herziening van een uitspraak waarin op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening is getroffen. Omdat dit geen uitspraak is als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van Pro de Awb, is de Afdeling kennelijk onbevoegd van het verzoek om herziening kennis te nemen. De Afdeling verwijst verder naar haar uitspraak van 7 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3188, waarin een vergelijkbare situatie aan de orde was. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2023
347-962