ECLI:NL:RVS:2022:3188
Raad van State
- Herziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening voorlopige voorziening in vreemdelingenrecht afgewezen wegens onbevoegdheid
De vreemdeling heeft bij brief van 6 oktober 2022 verzocht om herziening van een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van 19 september 2022, zaaknummer 202203599/3/V3. Het verzoek betrof een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb Pro, met toepassing van artikel 8:83, derde lid Awb.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat alleen onherroepelijke uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 Awb en artikel 8:86 Awb Pro voor herziening in aanmerking komen. Omdat het verzoek betrekking had op een voorlopige voorziening die niet onder deze bepalingen valt, verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 november 2022.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om herziening van de voorlopige voorziening.