ECLI:NL:RVS:2023:241

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2023
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
202206837/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 december 2021 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, welke op 1 november 2022 het beroep ongegrond heeft verklaard. De vreemdeling is vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en heeft tegelijkertijd een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek hield in dat de vreemdeling niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en dat hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen. De voorzieningenrechter heeft de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling afgewogen en geoordeeld dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen.

Daarom is het verzoek afgewezen en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 23 januari 2023 in aanwezigheid van griffier S. Duyster.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.

Uitspraak

202206837/2/V2.
Datum uitspraak: 23 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 1 november 2022 in zaak nr. NL22.818 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 december 2021 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.
Bij uitspraak van 1 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Duyster, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Duyster
|griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2023
664