ECLI:NL:RBDHA:2022:11545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en niet-verlenging asielvergunning wegens ernstige strafbare feiten en openbare orde
Eiser, een asielzoeker uit Sierra Leone, kreeg in 2014 een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming. Na zijn veroordeling in 2018 voor ernstige misdrijven tegen zijn dochter, waaronder verkrachting en vervaardiging van kinderpornografisch materiaal, heeft de staatssecretaris zijn vergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2015 en zijn aanvraag tot verlenging afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking en niet-verlenging op wettelijke gronden berusten, waarbij de staatssecretaris een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. Dit omvatte een beoordeling van het gepleegde ernstige misdrijf, de aard en duur van de straf, en de actuele bedreiging voor de openbare orde. Hoewel eiser positieve gedragsveranderingen heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris terecht geoordeeld dat deze onvoldoende zijn en dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het privé- en gezinsleven van eiser.
Verder is vastgesteld dat het uitstel van vertrek om medische redenen tijdelijk is en dat het feit dat eiser niet gedwongen kan worden uitgezet naar Sierra Leone geen reden is om het besluit te herzien. De rechtbank wijst ook de bezwaren van eiser af dat het besluit onevenredig nadelig uitpakt en bevestigt dat het besluit geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is in het concrete geval.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en niet-verlenging van de asielvergunning wordt ongegrond verklaard.