ECLI:NL:RVS:2023:2419
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor hoogte woonboot in strijd met vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas legde aan de eigenaar van een woonboot een last onder dwangsom op omdat de woonboot een hoogte van circa 3,70 meter had, terwijl de omgevingsvergunning een maximale hoogte van 3,45 meter toestond. De eigenaar voerde aan dat de hogere woonboot gelegaliseerd was door het overgangsrecht van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw) en dat het opleggen van een tweede last onder dwangsom onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het overgangsrecht niet van toepassing is op woonboten die al een omgevingsvergunning hadden, zoals in deze zaak, en dat het college bevoegd was de last op te leggen. Ook was de tweede last onder dwangsom toegestaan omdat de eerste was uitgewerkt. De eigenaar stelde dat handhaving onevenredig was vanwege de kosten en het verlies van bruikbare ruimte, maar de rechtbank vond dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder woog.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De last onder dwangsom was terecht opgelegd en het college hoefde niet af te zien van handhaving. De eigenaar had de woonboot inmiddels verzwaard zodat deze aan de hoogte-eis voldeed. Er was geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom en verklaart het hoger beroep ongegrond.