ECLI:NL:RVS:2023:2530
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep bij Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 mei 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en sluit de procedure af.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.