ECLI:NL:RVS:2023:2531
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onvoldoende motivering en hoorrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 25 april 2019 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in, legde hem een inreisverbod op en beval onmiddellijke vertrek uit de EU. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door de staatssecretaris werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde de besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen van intrekking en inreisverbod.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling terecht over de onvoldoende motivering van de belangenafweging door de staatssecretaris, met name dat aannames over zijn kennis van Somalië en sociaal vangnet onvoldoende waren onderbouwd. Tevens werd bekritiseerd dat de staatssecretaris in het aanvullende besluit geen nieuwe belangenafweging maakte, terwijl het rechtmatig verblijf langer was vastgesteld.
Daarnaast werd terecht geoordeeld dat de vreemdeling niet voldoende is gehoord in bezwaar, terwijl het horen juist essentieel is bij intrekking van een verblijfsvergunning en beroep op artikel 8 EVRM Pro. De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand hield en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en proceskosten toegekend.