ECLI:NL:RVS:2023:2533
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling, met de Guinese nationaliteit en vier minderjarige kinderen waarvan twee met de Nederlandse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de vreemdeling reeds rechtmatig verblijf had met haar kinderen en geen sprake was van een schending van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft getoetst of de staatssecretaris de aanvraag inhoudelijk had beoordeeld volgens artikel 8 EVRM Pro. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt daarom gegrond verklaard.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het Chavez-Vilchez-verblijfsrecht niet valt onder het begrip verblijf uitsluitend om redenen van tijdelijke aard, waardoor vreemdelingen met dit verblijfsrecht in beginsel in aanmerking komen voor een duurzaam verblijfsrecht.
De uitspraak van de rechtbank en het besluit van 24 juni 2021 worden vernietigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en het beroep ongegrond; de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 24 juni 2021 worden vernietigd.