ECLI:NL:RVS:2023:2536
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning voor rundveestal
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten verleende op 25 oktober 2021 een omgevingsvergunning aan een partij voor het bouwen van een rundveestal te Heusden. Appellant, wonend op circa 1 km afstand, voerde beroep aan tegen deze vergunning. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 13 juli 2022 dat appellant geen belanghebbende is en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
In het hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling overwoog dat appellant geen zienswijze had ingediend en dat uit het Varkens in Nood-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie niet volgt dat een niet-belanghebbende zonder zienswijze ontvankelijk kan zijn. Ook het feit dat appellant mogelijk concurrent is op dezelfde vergunningenmarkt, werd niet als voldoende belang gezien.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat appellant namens zijn bedrijf sprak, maar dat de afstand tussen de rundveestal en de agrarische percelen van het bedrijf ongeveer 500 meter bedraagt en er geen zicht is op het perceel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard omdat appellant geen belanghebbende is en het beroep niet-ontvankelijk is.