ECLI:NL:RVS:2023:2569
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging vergunningplicht uitbreiding kinderopvang ondanks bestemmingsplanconflict
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor uitbreiding van een kinderopvang buiten behandeling stelde. De appellant had een aanvraag ingediend voor het bouwen van een bijgebouw op een perceel waar de kinderopvang gevestigd is.
De rechtbank oordeelde dat geen vergunning van rechtswege was verleend omdat het college tijdig de aanvraag buiten behandeling had gesteld wegens onvoldoende aangeleverde gegevens. De appellant stelde dat de uitbreiding vergunningvrij was omdat het een bijgebouw betrof en dat door een ambtelijke fout het bestemmingsplan de kinderopvang niet correct bestemde.
De Raad van State overwoog dat het gebouw waar de uitbreiding plaatsvindt niet als hoofdgebouw kan worden aangemerkt, omdat het perceel meerdere gebouwen bevat waarvan het bedrijfsgebouw met sportschool de hoofdgebouwfunctie heeft. De kinderopvang is in strijd met het bestemmingsplan en niet noodzakelijk voor de bestemming, waardoor geen sprake is van een bijbehorend bouwwerk. Daarom is een vergunning vereist. Tevens werd geoordeeld dat het college terecht aanvullende gegevens kon vragen en de aanvraag buiten behandeling mocht stellen bij onvoldoende aanlevering.
De stellingen van de appellant over een vergunning van rechtswege, ambtelijke fouten, en schending van rechtsbeginselen werden verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor de omgevingsvergunning blijft buiten behandeling wegens onvoldoende gegevens.