ECLI:NL:RVS:2023:2644
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het eerdere besluit in en nam de asielaanvraag alsnog in behandeling, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. De vreemdeling reageerde niet op deze mededeling, maar handhaafde het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling, nu het beoogde resultaat is bereikt. Tevens werd bevestigd dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden in dergelijke situaties. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.