ECLI:NL:RVS:2023:2646
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende financiële garanties
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 juni 2020 de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 22 januari 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 5 oktober 2021 ongegrond.
In hoger beroep stelde de referent dat de financiële situatie van zijn zus, die garant stond, voldoende was, maar gaf geen nadere duidelijkheid over de garantverklaring of aanvullende inkomsten. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de financiële situatie niet inzichtelijk was gemaakt en dat de garantverklaring niet houdbaar was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt bevestigd.