ECLI:NL:RVS:2023:2668
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken dwangsom bij niet tijdig besluit vreemdelingen
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en gaf de staatssecretaris een termijn van zestien weken om alsnog een besluit te nemen.
De vreemdeling ging in hoger beroep omdat de rechtbank geen dwangsom had verbonden aan haar uitspraak, terwijl dit volgens artikel 8:55d, tweede lid, Awb verplicht is wanneer er nog geen besluit is genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit ten onrechte had nagelaten en vernietigde de uitspraak voor zover deze geen dwangsom oplegde.
De staatssecretaris werd verplicht een dwangsom van €100 per dag te betalen bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €7.500. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ad €418,50. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de zaak als licht aangemerkt.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het ontbreken van een dwangsom en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot het betalen van een dwangsom en proceskosten.