ECLI:NL:RVS:2023:2681
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- H.J.M. Besselink
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verwijdering persoonsgegevens door UWV wegens Archiefwet
Appellante verzocht het UWV op 7 februari 2020 om haar persoonsgegevens, met name haar telefoonnummer, te verwijderen uit het systeem en uit berichten in de digitale berichtenbox, omdat zij niet telefonisch benaderd wilde worden.
Het UWV verwijderde het telefoonnummer uit het systeem om telefonisch contact te voorkomen, maar weigerde verwijdering uit documenten zoals berichtenbox, brieven en e-mails, omdat deze documenten onder de bewaarplicht van de Archiefwet vallen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV de documenten met persoonsgegevens moet bewaren volgens de selectielijst en bewaartermijnen van de Archiefwet.
Appellante stelde in hoger beroep dat de archivering onrechtmatig is en in strijd met de AVG, waarbij zij de beginselen van dataminimalisatie en noodzakelijkheid benadrukte. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het UWV op grond van artikel 3 van Pro de Archiefwet een wettelijke verwerkingsplicht heeft en dat deze wettelijke grondslag de plicht tot wissen op grond van artikel 17 AVG Pro uitsluit zolang de bewaartermijn niet is verstreken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het UWV hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om het telefoonnummer uit archiefbescheiden te verwijderen, bevestigd.