ECLI:NL:RVS:2022:2065
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op wissing persoonsgegevens in civiele procedure tegen gemeente Bladel
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Bladel om wissing van haar persoonsgegevens uit een pre-weegdocument en een draaiboek, die in het kader van een integrale aanpak van malafide hondenhandel waren opgesteld. Het college wees dit verzoek af, waarna meerdere bestuursrechtelijke procedures volgden. De rechtbank vernietigde het besluit deels en gaf opdracht tot rectificatie van persoonsgegevens van een partner van appellante.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college zich terecht op artikel 17, derde lid, aanhef en onder e, van de AVG kon beroepen, omdat verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk was voor de verdediging in een civiele procedure die appellante tegen het college had ingesteld. Deze uitleg werd ondersteund door een vergelijking van verschillende taalversies van de AVG en de doelstellingen van de AVG, waarbij ook het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het verdedigingsbeginsel uit het Handvest van de Europese Unie werden betrokken.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat het college op grond van de Archiefwet verplicht is om archiefbescheiden, waaronder persoonsgegevens, gedurende een bepaalde bewaartermijn te bewaren. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van 23 november 2020 bleef in stand. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot afwijzing van haar verzoek tot wissing van persoonsgegevens is ongegrond verklaard.