ECLI:NL:RVS:2023:2694
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen handhavingsbesluit erfafscheidingen te Kudelstaart
Het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer wees op 23 juli 2020 het handhavingsverzoek van appellant af met betrekking tot percelen te Kudelstaart. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar gedeeltelijk gegrond en legde een last onder dwangsom op aan partij voor de erfafscheidingen.
Beide partijen stelden afzonderlijk beroep in bij de rechtbank tegen het besluit op bezwaar en het handhavingsbesluit. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat appellant geen beroep had ingesteld tegen het deel van het besluit waarin het bezwaar gegrond werd verklaard en een last onder dwangsom werd opgelegd. Omdat hoger beroep niet kan worden ingesteld zonder eerder beroep, verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Afdeling besloot dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 juli 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van eerder ingesteld beroep.