ECLI:NL:RVS:2023:2751
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onzorgvuldige belangenafweging
De vreemdeling, met de Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), welke door de staatssecretaris op 11 maart 2020 werd afgewezen. De staatssecretaris baseerde zijn besluit mede op het niet aantonen van rechtmatig gezag door de referent en het niet voldoen aan het middelenvereiste. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris niet alle relevante feiten had betrokken in zijn belangenafweging, met name het afgeleid verblijfsrecht van de referent volgens het Chavez-Vilchez-arrest, wat een objectieve belemmering vormt om het gezinsleven in Marokko uit te oefenen. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris de vreemdeling niet heeft gehoord over het bezwaar, terwijl dit bij een zaak met artikel 8 EVRM Pro een vereiste is.
De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en gelastte de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen waarbij de vreemdeling wordt gehoord en de relevante feiten worden betrokken. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij de vreemdeling wordt gehoord.