ECLI:NL:RVS:2022:2573
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van artikel 8 EVRM
De vreemdelingen, allen Syrische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan bij hun zoon, die sinds 2019 een verblijfsvergunning asiel heeft. De staatssecretaris wees de aanvragen af op grond van een belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro, waarbij het economisch belang van Nederland zwaar woog.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende motivering gaf voor de belangenafweging en dat het belang van de vreemdelingen onvoldoende was meegewogen, waarna het besluit werd vernietigd. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte inhoudelijk oordeelde over de belangenafweging, die terughoudend getoetst moet worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte een eigen belangenafweging had gemaakt en vernietigde het vonnis. Tegelijkertijd oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris het bezwaar onterecht kennelijk ongegrond had verklaard en onvoldoende had voldaan aan de hoorplicht, waardoor het besluit van 6 november 2020 eveneens werd vernietigd. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvragen wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen na het horen van de vreemdelingen.