ECLI:NL:RVS:2023:2768
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over rechtmatig verblijf en toeslagen 2021
De Belastingdienst/Toeslagen herzag in april 2021 de voorschotten huur- en zorgtoeslag van appellant en stelde deze lager vast vanwege een melding dat appellant vanaf 9 maart 2021 niet langer rechtmatig in Nederland verbleef. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de Belastingdienst de verblijfscode van appellant onjuist had geïnterpreteerd. Uit gegevens van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bleek dat appellant van 9 maart 2021 tot 1 juni 2021 rechtmatig verblijf had volgens artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000. De Belastingdienst erkende dit en paste de toeslagen definitief aan.
De Raad van State vernietigde het eerdere besluit van 1 juni 2021 voor de periode van 1 april tot 1 juni 2021 en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Appellant stemde in met de definitieve vaststelling van de toeslagen. Hiermee is het geschil over de toeslagen voor de betreffende periode beslecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit van 1 juni 2021 vernietigd voor de periode 1 april tot 1 juni 2021, met toekenning van toeslagen en vergoeding van proceskosten.