Uitspraak
Datum beslissing: 20 juli 2023
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
Raad van State
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam dat hem permanent de toegang tot de universiteit ontzegt vanwege onbetamelijk grensoverschrijdend gedrag. Het college heeft vertrouwelijke documenten overgelegd met meldingen van medestudenten over appellant, waarin namen van melders zijn opgenomen. Deze melders vreesden repercussies van appellant en verzochten om vertrouwelijke behandeling.
Appellant stelde dat hij door beperkte kennisneming ernstig in zijn verdediging wordt geschaad en dat de documenten geanonimiseerd kunnen worden. De Afdeling heeft afgewogen dat het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van melders en de vertrouwelijkheid van communicatie tussen medewerkers van het college zwaarder weegt dan het belang van appellant om volledige kennis te nemen van de stukken.
De Afdeling heeft per document beoordeeld welke gedeelten beperkt mogen worden vrijgegeven. In veel gevallen is beperkte kennisneming gerechtvaardigd vanwege persoonsgegevens en vertrouwelijke beleidsopvattingen. Voor enkele e-mails zonder persoonsgegevens of beleidsopvattingen is het verzoek afgewezen. Het college wordt verzocht geschoonde versies van de documenten te overleggen.
De Afdeling concludeert dat appellant door de beperkte kennisneming niet onevenredig in zijn verdediging wordt geschaad en wijst het verzoek tot volledige kennisneming grotendeels af, terwijl het verzoek tot beperkte kennisneming wordt toegewezen.
Uitkomst: Verzoek tot volledige kennisneming afgewezen, verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen met verplichting tot overleg geschoonde documenten.