ECLI:NL:RVS:2023:3842
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt definitieve uitschrijving en ontzegging toegang student wegens ernstig grensoverschrijdend gedrag
Een student van de Erasmus Universiteit Rotterdam werd na meerdere waarschuwingen en meldingen van grensoverschrijdend en seksueel ongewenst gedrag definitief uitgesloten van de universiteit en de toegang tot haar gebouwen ontzegd. Het college van bestuur verlengde eerst een tijdelijke schorsing en nam vervolgens het besluit tot definitieve uitschrijving en ontzegging.
De student maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde deze ongegrond. De geschillenadviescommissie (GAS) concludeerde dat er sprake was van ernstig ongewenst gedrag dat grote onrust veroorzaakte binnen de studentenpopulatie, en dat de sanctie gerechtvaardigd was. De student stelde onder meer dat het besluit niet proportioneel was, dat hij onvoldoende geïnformeerd was over de stukken, en dat het college niet bevoegd was vanwege het plaatsgebondenheidscriterium.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het besluit heeft genomen op grond van artikel 7.57h, tweede lid, van de WHW. De waarschuwingen voldeden aan de vereisten van een aanmaning en het gedrag van de student veroorzaakte ernstige overlast binnen de fysieke omgeving van de universiteit. De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de maatregel proportioneel is gezien de ernst en duur van het grensoverschrijdende gedrag. Een heroverweging van het besluit is pas na minimaal drie studiejaren mogelijk, mits de student kan aantonen dat hij passende behandeling volgt of heeft gevolgd.
Uitkomst: Het beroep van de student tegen zijn definitieve uitschrijving en ontzegging van toegang tot de Erasmus Universiteit wordt ongegrond verklaard.