ECLI:NL:RVS:2023:2823
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 augustus 2021 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en de aanvraag tot verlenging afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat bij besluit van 18 november 2022 opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde op 7 juni 2023 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit van de staatssecretaris, herroept het intrekkingsbesluit en beval afgifte van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie. De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt van de staatssecretaris.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 24 juli 2023 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.