Uitspraak
lid van de enkelvoudige kamer
Raad van State
Het beroep betreft de beslissing van het college van bestuur van Hogeschool Windesheim om het bezwaar van appellante tegen een e-mail van een hogeschoolhoofddocent van 25 oktober 2022 niet-ontvankelijk te verklaren.
De kernvraag is of de e-mail moet worden aangemerkt als een ordemaatregel in de zin van artikel 7.57h van de WHW, waartegen beroep openstaat. De Afdeling overweegt dat niet iedere maatregel van een docent automatisch een ordemaatregel is; alleen maatregelen die het instellingsbestuur treft voor de goede gang van zaken in gebouwen en terreinen vallen hieronder.
De inhoud van de e-mail beperkt zich tot het aangeven dat vanwege sociale veiligheid het volgen van lessen tijdelijk niet mogelijk is en dat eerst een gesprek moet plaatsvinden. Dit is geen ordemaatregel en evenmin een beslissing met rechtsgevolg. Het feit dat appellante langere tijd geen lessen volgde, komt door haar eigen weigering tot het gesprek te komen.
Daarom is de e-mail niet voor beroep vatbaar en heeft het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de e-mail geen ordemaatregel is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.