ECLI:NL:RVS:2023:2933
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank en leidt niet tot vernietiging van het bestreden besluit. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken, waardoor nadere motivering niet nodig is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.