ECLI:NL:RVS:2023:2935
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 mei 2022 een aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag heeft op 19 juni 2023 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was, maar dat de belangen van de staatssecretaris onvoldoende waren om een voorlopige voorziening toe te kennen.
De uitspraak van de rechtbank verplicht de staatssecretaris niet om het verblijfsrecht van de vreemdeling vast te stellen, waardoor uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt de uitvoering geen onevenredige inspanning. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.