ECLI:NL:RVS:2023:2971
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- G.T.J.M. Jurgens
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake afwijzing tegemoetkoming planschade door rijksinpassingsplan Zuidring
HVM verzocht om een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van haar percelen door het rijksinpassingsplan Zuidring Wateringen - Zoetermeer. De minister kende aanvankelijk een tegemoetkoming toe, maar verklaarde deze later onterecht na bezwaar. De rechtbank vernietigde het besluit van de minister en beval een heroverweging.
Na een nieuw advies van Thorbecke en een herzien besluit wees de minister de tegemoetkoming opnieuw af, omdat de waardedaling niet als schade kon worden aangemerkt gezien het ongedaan maken van een na de aankoop genoten planologisch voordeel. HVM stelde dat dit onredelijk was en dat sprake was van reële schade.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vaste rechtspraak omtrent het niet toekennen van planschade bij het ongedaan maken van na verwerving genoten voordeel hier van toepassing is. HVM kon geen uitzonderlijk geval aantonen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het beroep van TenneT niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van HVM wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.