ECLI:NL:RVS:2023:30
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing asielweigering Eritrese vreemdeling wegens onjuiste aannames over dienstplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 april 2021 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 14 maart 2022. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij de militaire opleiding in het twaalfde schooljaar niet had gevolgd en dat zij niet meer dienstplichtig was. De Raad van State stelde echter vast dat de rechtbank onjuiste veronderstellingen had gemaakt over de Eritrese dienstplicht, waarbij het twaalfde schooljaar militaire training omvat en aansluitend een verplichte diensttijd van minimaal twaalf maanden volgt.
Verder had de rechtbank nagelaten het standpunt van de staatssecretaris over de dienstplichtvrijstelling te toetsen, terwijl dit relevant was gezien de mogelijke ernstige schade bij terugkeer. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00. De verdere inhoudelijke argumenten van de vreemdeling behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.