ECLI:NL:RVS:2023:312
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens niet tijdige reactie Litouwse autoriteiten in overlegprocedure
De vreemdeling, met de Albanese nationaliteit en verblijfsrecht in Litouwen vanwege zijn huwelijk met een Litouwse vrouw, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en kreeg een inreisverbod opgelegd. Dit besluit werd door de rechtbank Den Haag bevestigd, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris een overlegprocedure met Litouwen was gestart, maar dat de Litouwse autoriteiten niet hadden gereageerd binnen een redelijke termijn. Dit was een gegrond bezwaar tegen het inreisverbod, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en het besluit tot het inreisverbod werd vernietigd.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het inreisverbod werd gehandhaafd, maar voor het overige bevestigd. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De overige grieven van de vreemdeling werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 januari 2023.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt vernietigd wegens het niet tijdig reageren van de Litouwse autoriteiten in de overlegprocedure.