ECLI:NL:RVS:2023:3171
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheidsbeoordeling
De vreemdeling uit Iran heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 12 mei 2021 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
In hoger beroep stelt de vreemdeling dat hij zich heeft afgewend van de islam en zich heeft bekeerd tot het christendom, waardoor hij risico loopt op vervolging bij terugkeer naar Iran. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank en de staatssecretaris onvoldoende hebben onderzocht en gemotiveerd of de afvalligheid en bekering geloofwaardig zijn, met name ten aanzien van de kennis en activiteiten van de vreemdeling met betrekking tot het christendom.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling wordt uitgevoerd, inclusief een beoordeling van het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling.