Uitspraak
Datum uitspraak: 23 augustus 2023
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 1 december 2020 een bestuurlijke boete van €60.075,- op aan een erkend referent payrollbedrijf wegens 22 overtredingen van de zorgplicht en een overtreding van de informatieplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van het bedrijf gegrond en matigde de boete tot €30.000,-. De staatssecretaris en het bedrijf stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de zorgplicht zoals bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en nader uitgewerkt in het Vreemdelingenbesluit 2000 en Voorschrift Vreemdelingen 2000 onvoldoende duidelijk is omschreven voor payrollbedrijven die als erkend referent optreden. De norm is te vaag en er ontbreekt concrete regelgeving die de zorgplicht voor deze specifieke groep invult, waardoor het opleggen van een boete in strijd is met het lex certa-beginsel en artikel 5:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit tot boeteoplegging voor de schending van de zorgplicht, maar stelde de boete voor de overtreding van de informatieplicht vast op €675,-. Tevens werd het besluit van de rechtbank vernietigd, het hoger beroep van het bedrijf gegrond verklaard en de proceskosten aan de zijde van het bedrijf toegewezen. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens schending van de zorgplicht wordt vernietigd wegens onduidelijkheid van de norm; de boete voor schending van de informatieplicht wordt vastgesteld op €675.