Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 juni 2022 in de zaak tussen
Cervo Payroll B.V., gevestigd in Bunschoten-Spakenburg, eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
In 2019 hebben een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW en een inspecteur van de IND onderzoek gedaan naar de wijze waarop eiseres de zorgplicht invult. Zij hebben daarbij kennismigranten gehoord. De IND komt op basis van dit onderzoek tot de conclusie dat bij eiseres sprake is van een schijnconstructie en schijndienstverbanden, waarbij eiseres als erkend referent faciliteert dat Chinese vreemdelingen toegang tot Nederland krijgen. Volgens het onderzoek ontstaat hieruit het beeld dat de kennismigrant eigenlijk geen kennismigrant is, maar eerder moet worden aangemerkt als zelfstandige.
Overwegingen
lex certa-beginsel en geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Volgens eiseres blijkt nergens uit wat precies moet worden verstaan onder een zorgvuldige werving en selectie. Zorgvuldigheid is een open norm die op verschillende manieren kan worden opgevat. In de besluitvorming heeft verweerder verwezen naar twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). [2] Dat waren volgens eiseres echter andere gevallen dan het voorliggende geval: in die zaken stonden de begrippen ‘educatief en informatief’ en ‘thuishaven’ ter discussie in verband met het lex certa-beginsel. Die begrippen hebben volgens haar veel minder interpretatiemogelijkheden dan het begrip ‘zorgvuldig’ in het kader van een zorgvuldige werving en selectie door een erkend referent. Omdat de omschrijving van dit begrip te vaag is, kon verweerder niet op basis van deze norm een boete als punitieve sanctie opleggen, aldus eiseres.
geen docs werving en selectiein de verklaring van de heer [A] van 4 april 2019 dat het logisch is dat een payrollorganisatie geen documenten van werving en selectie onder zich heeft. Die taak behoort immers niet tot de wettelijke taakomschrijving van een payrollbedrijf, dat op grond van de Wet allocatie arbeidskrachten geen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt mag samenbrengen. Verweerder verwart volgens eiseres de arbeidsrechtelijke werving en selectie met de vreemdelingenrechtelijke. De vreemdelingenrechtelijke werving en selectie bestaat volgens eiseres uit het controleren van de functieomschrijving, van de marktconformiteit van het salaris, de ervaring van een kandidaat en het op de hoogte brengen van wet- en regelgeving. Sinds 2016 wordt volgens eiseres verschillende informatie bekeken bij het aannemen van een kennismigrant, in samenwerking met [onderneming 1] en [onderneming 2] . Het is logisch dat eiseres deze informatie later heeft aangeleverd, omdat de heer [A] ten tijde van de verklaring van 30 oktober 2019 in het ziekenhuis lag. Om te onderbouwen dat zij haar zorgplicht nakomt heeft eiseres ook heeft gewezen op de Declarations of care die zich in haar personeelsdossiers bevinden en de voor ontvangst getekende informatiebrochures van de IND die eiseres aan haar werknemer zendt.
In het nieuwe bestuursrechtelijk ingebedde stelsel van verplichtingen van de referent is de referent mede verantwoordelijk voor het bereiken van maatschappelijk gewenste doelen bij de toelating en het verblijf van de vreemdeling in Nederland. Daartoe zijn verplichtingen voor de referent in het leven geroepen, waarvan de naleving kan worden afgedwongen met bestuurlijke boetes. […]
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat de hoogte van de bestuurlijke boete wordt vastgesteld op € 30.000,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.059,-.