ECLI:NL:RVS:2023:3201
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken dwangsom bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval de staatssecretaris binnen twee weken een besluit te nemen, maar verbond geen dwangsom aan deze uitspraak.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen het ontbreken van de dwangsom. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht verplicht is een dwangsom te verbinden wanneer het beroep gegrond wordt verklaard en er nog geen besluit is genomen.
De Afdeling vernietigde daarom het bestreden deel van de uitspraak en bepaalde dat de staatssecretaris een dwangsom van €100 per dag verbeurt, met een maximum van €7.500,00, voor elke dag dat hij in gebreke blijft. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens het ontbreken van een dwangsom; de staatssecretaris wordt een dwangsom opgelegd en moet proceskosten vergoeden.