ECLI:NL:RVS:2023:3212
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over belanghebbendheid bij handhaving mandelig eigendom in Amersfoort
In deze zaak gaat het om twee verzoeken van een bewoner in de Stadstuin te Amersfoort om handhavend op te treden tegen foutparkeren en het plaatsen van bloembakken en erfafscheidingen op gemeenschappelijke mandelige gronden. Het college van burgemeester en wethouders wees deze verzoeken af en verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat de verzoeker geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank oordeelde echter dat de verzoeker wel belanghebbende was, mede omdat hij mede-eigenaar is van het mandelig eigendom en mede opdraait voor eventuele schade. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat het aandeel van de verzoeker (1/763e) te gering is en dat de gronden met gemêleerde klinkers niet mandelig eigendom zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat belanghebbendheid vereist dat het belang voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk is en dat de gevolgen niet te gering mogen zijn. Gezien het zeer beperkte aandeel van de verzoeker en de afstand tot de locaties, alsmede het ontbreken van bewijs van daadwerkelijke gevolgen, is geen sprake van belanghebbendheid. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond. Tevens vernietigt zij de nieuwe besluiten die het college ter uitvoering van de rechtbankuitspraak had genomen.
Uitkomst: De beroepen van de verzoeker worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens gebrek aan belanghebbendheid.