ECLI:NL:RVS:2023:322
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling wegens risico op onttrekking aan toezicht
Bij besluit van 15 december 2022 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de vreemdeling op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring kon worden gesteld, omdat de vreemdeling geen documenten overlegde waaruit zijn identiteit en nationaliteit blijken en er voldoende gronden waren voor het aannemen van een risico op onttrekking aan toezicht.
Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat het hoger beroep ongegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.