Uitspraak
Datum uitspraak: 30 augustus 2023
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Uden (thans Maashorst) stelde op 8 juli 2021 het bestemmingsplan Hoge Randweg Volkel vast, dat voorziet in de bouw van twee ruimte-voor-ruimte-woningen op een perceel in Volkel. Appellante, bewoner van het naastgelegen perceel, maakte bezwaar vanwege mogelijke aantasting van haar woon- en leefklimaat. Na een eerdere uitspraak werd het plan op 23 juni 2022 gewijzigd vastgesteld met enkele reparaties.
Appellante voerde onder meer aan dat het gewijzigde plan en de digitale versie daarvan niet overeenstemmen, wat leidt tot rechtsonzekerheid. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de planregels in artikel 3.2.2 in de digitale versie niet goed aansluiten, waardoor het besluit en het plan in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Verder onderzocht de Afdeling of het plan voldoet aan de voorwaarden van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en de Omgevingsvisie Uden 2015, waarbij de raad voldoende motivering gaf voor de kwaliteitsverbetering van de omgevingskwaliteit en de ruimtelijke inpassing.
Andere bezwaren van appellante, zoals over bedrijvigheid, situering van woningen, ontsluiting, luchtkwaliteit en flora en fauna, werden door de Afdeling verworpen. Gelet op de geconstateerde strijdigheid met rechtszekerheid werd het beroep tegen het besluit van 23 juni 2022 gegrond verklaard en dit besluit voor zover het artikel 3.2.2 betreft vernietigd. De Afdeling voorziet zelf in de zaak door de planregeling zoals beoogd vast te stellen. Het beroep tegen het besluit van 8 juli 2021 werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang bij verdere beoordeling.
De raad wordt opgedragen binnen vier weken de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet het griffierecht aan appellante vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van 23 juni 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover het artikel 3.2.2 betreft en het beroep tegen het besluit van 8 juli 2021 wordt niet-ontvankelijk verklaard.