ECLI:NL:RVS:2023:3323
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag 2020 wegens te hoog vermogen volgens Basisregistratie Inkomen
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 31 juli 2021 de zorgtoeslag over 2020 van appellant vast op nihil en vorderde een bedrag van € 1.254,00 terug, omdat uit de Basisregistratie Inkomen (BRI) bleek dat zijn grondslag sparen en beleggen € 99.000 bedroeg. Appellant betwistte dit en stelde dat zijn vermogen € 77.480 bedroeg, omdat de Belastingdienst ten onrechte uitging van de gezamenlijke opgave met zijn huisgenote, die geen fiscaal partner is.
De rechtbank oordeelde dat appellant in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2020 zijn vermogen op € 99.000 had vastgesteld, wat door de belastinginspecteur was overgenomen in de BRI. De Belastingdienst/Toeslagen is verplicht deze gegevens te volgen en kan hiervan niet afwijken. Het ontbreken van een fiscaal partnerschap tussen appellant en zijn huisgenote is niet relevant voor de toeslagverlening.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De Belastingdienst/Toeslagen heeft terecht de zorgtoeslag op nihil vastgesteld en het teveel betaalde voorschot teruggevorderd. De Afdeling voegt toe dat als de inspecteur het vermogen alsnog lager vaststelt, mogelijk alsnog recht op zorgtoeslag kan ontstaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de zorgtoeslag 2020 blijft in stand.